Al van kinds af aan vind ik de verkiezingen fascinerend, en sinds ik daadwerkelijk mag stemmen, is deze fascinatie alleen maar toegenomen. De strijd tussen politieke partijen, de debatten, de uiteenlopende standpunten… Het zo erg met een nieuw idee of standpunt van een partij óneens zijn, dat je met iedereen die je tegenkomt in discussie gaat. En dan.. na veel wikken en wegen, alle debatten gezien te hebben en alle standpunten van de partijen wel gehoord te hebben, uiteindelijk een definitieve keuze maken. Blijer kun je me niet maken.

Heerlijk vind ik het ook om als gastdocent voor de klas te mogen staan bij het verkiezingsproject en mee te mogen kijken in een aantal klassen. Zodra kinderen een beetje kennis krijgen over de democratie en verschillen tussen de partijen, gaan ze volop aan de slag. “Een gratis bibliotheek is wel een goed idee, maar ik vraag me dan ook af hoe dat betaald moet worden”, zegt een kind. “Misschien kunnen we het gratis maken voor arme kinderen?” zegt de ander. “Ja, maar dat is dan weer oneerlijk voor al die mensen die al hard moeten werken.” Kinderen begrijpen het direct: elk idee heeft veel zaken om over na te denken.

Maar waarom zit ik steeds vaker met groeiende ergernis te kijken naar wat er in de media verschijnt over de verkiezingen? Wellicht omdat ik zelf te naïef ben en mezelf graag voorhou dat we stemmen op een partij met standpunten waarin we ons inhoudelijk kunnen vinden, in plaats van speelbal te zijn van alle strategieën die niets met de inhoud van de programma’s te maken hebben. Er zijn twee dingen waar ik maar niet aan kan wennen:

Waarom legt niemand uit hoe politiek werkt?

Ik zou het zo mooi vinden als we tijdens de verkiezingen ook even aandacht hebben voor hoe politiek in Nederland nu eigenlijk precies werkt. Misschien heel basaal, en het zal ook wel niet zo goed voor de kijkcijfers zijn, maar niemand lijkt er tijd aan te besteden. Terwijl het toch heel nuttig zou zijn als stemmers beter geïnformeerd zijn voordat ze hun stem uitbrengen. Op tv zien we regelmatig politici (voornamelijk mannen in pak) die de stem van de kiezer proberen te veroveren door een zo gelikt mogelijke campagne te voeren. Het verbaast me dan ook niet dat zoveel mensen geen vertrouwen hebben in de politiek of dat één op de vijf jongeren  denkt dat Nederland in een dictatuur verandert tijdens zijn of haar leven. Want als je via de media alleen meekrijgt dat die mannen in hun eentje Nederland zouden gaan besturen, dan is er terecht reden om bang te worden ;-).

Waarom laten we ons zo leiden door wat anderen doen?

Het lijkt nergens anders meer over te gaan: ‘hoe staan de peilingen ervoor?’ Het tv-programma Zondag met Lubach besteedde er onlangs een hele uitzending aan om dit bizarre verschijnsel te verklaren. Bij de vorige verkiezingen liet maar liefst een kwart van de stemmers zich beïnvloeden door de peilingen. Die stemden dus niet per se op de partij die ze inhoudelijk het beste vonden. Daarnaast proberen de partijen te winnen door het vooral op strategie te gooien, zoals doen we wel of niet mee aan debatten? Is er een partij waarmee we een tweestrijd kunnen voeren om veel stemmers te trekken? Tijdens een bezoek aan de Tweede Kamer, samen met de kinderen van het verkiezingsproject, bleken de politici hier zelf ook niet blij van te worden. Eén van de partijleiders zei tegen de kinderen: “Wat ik zo leuk vind aan dit interview, is dat het bij jullie gaat om de inhoud en onderwerpen die er toe doen, en dat jullie daar zo goed op zijn voorbereid.”

En ook van die profilering kunnen mensen in de war raken. Zo had ik laatst een discussie met een vriendin, die zich altijd volledig verdiept in de verkiezingen. Zij zei: “Ik ga denk ik toch maar op de Partij voor de Dieren stemmen, want ik heb echt iets tegen die Jesse Klaver”. Waarop ik zei: “Sinds wanneer ben jij voorstander van minder samenwerking in Europa en wil je de pensioengerechtigde leeftijd terugdraaien naar 65?” Zij gaf als verweer dat ze daar inderdaad geen voorstander van was, maar dat ze die punten er toch niet doorheen krijgen. “Maar je gaat toch niet stemmen op een partij waar je het inhoudelijk op belangrijke punten mee oneens bent, omdat je de partijleider te ‘popiejopie’ vindt?” Tja.. dat zette haar wel aan het denken.

Nu klink ik misschien wat cynisch, maar dat ben ik zeker niet. Want als ik zie met hoeveel enthousiasme de kinderen lessen volgen over politiek en hoe zij nadenken over de vraagstukken waar Nederland voor staat, word ik daar heel blij van. Deze kinderen zijn inhoudelijk voorbereid en durven echt hun eigen keuze te maken, wat die keuze dan ook is. Op die momenten zijn ze minstens net zo enthousiast als ik destijds was. Misschien is het tijd dat we daar als grote mensen weer wat van leren.